Zeemans woordenboek Eb – Inzeilen

In verband met het Corona virus adviseren wij u het laatste reisadvies van het Ministerie te lezen op Reisadvies Nederland Wereldwijd

O wat een gulden neeringh,
En voedsel brenght ons toe de coninghlijcke Heringh,
zingt Vondel in zijn Lof op de Scheepv.

Peetjens H— of Prezent H— (die van de beste soort is en aan hen gezonden wordt, die men verplichten wel).

Spreekwijze: Ik zal daar kuit of H— van hebben, (ik moet weten, wat daar van is, of die zaak goed of kwaad is.—De spreekwijze is daarvan ontleend, dat de kuit of zoogenaamde moeder visch niet voor het gebruik deugt en niet als goede H— gerekend wordt).

Van Duinkerken ter H— varen (er slecht afkomen: omdat de Duinkerkers, wanneer zij het waagden, mede op de haringvangst uit te gaan, door de Hollandsche visschers doorgaands mishandeld werden).

Zoo gepakt als H— (zeer naauw gezeten zijn: omdat de H— in dichte scholen zwemt, of dicht opeen getond wordt).

Mijn H— braadt daar niet, (ik heb daar geen vriendschap te wachten: ik sta daar niet in de gunst).

Hy roept van H— voor Sint Jan (Geen hei roepen, eer men over de dam is).

Mooi weer en geen H— (het innerlijke beäntwoord niet aan het uiterlijke).

Haringbuis, z. n. v. — Zie Buis.

Haringpakkery, z. n. v. — Een plaats in de steden, waar de Haring gepakt, dat is, in tonnen gedaan werd.

Harpoen, z. n. m. — Yzeren werktuig met een weêrhoek, van achteren met een houten kruk voorzien, waaraan een touw bevestigd is, om het, wanneer het in het lijf van een visch vast zit, terug te kunnen halen.

Harpoender, z. n. m. — Iemand, die zich op het Harpoenen verstaat.

Harpoenen, b. w. — Met een Harpoen treffen.

Harpuis, z. n. o. — Harstachtige stof, waarmede de huiden der schepen bestreken en tegen het gewormte worden vrijgehouden.

Harpuislepel, z. n. m. — Lepel om ’t Harpuis mede te scheppen.

Harpuizen, b. w. — Met Harpuis bestrijken.

Hart, z. n. o. — 1o Van een schip: dat gedeelte, waar de planken en ribben het dikst zijn. [81]

2o. Van een touw. Wit gestrengeld garen, dat de binnenste ruimte vult van een vierstrengs-touw.

3o. Werktuig, dat in houten pompen gebruikt wordt.

Hartbindsel, z. n. o. of Kruisbindsel — Bindsel of sjorring, aangeslagen op de plaats, waar twee lijnen elkander kruisen.

Hartjen, z. n. o. — Zie Pomphartjen.

Haven, z. n. v. — Plaats, waar de schepen veilig liggen voor stormen en zeegevaren. ZeeH— (waar de zee een inham vormt in ’t land). RivierH— (die bij  de monding ligt van een stroom). KrijgsH—, OorlogsH— (waar ’s Lands oorlogsschepen gehouden worden). KoopvaardyH— (waar alleen koopvaarders in liggen). Sluip- of VerverschingsH— (waar geen werven bestaan). OpenH— (die men beneden winds heeft). Besloten H— (waar men de mond niet van ziet wanneer men er in ligt, zoodat men er geheel beschut is tegen zee en wind). TijH— (waar men de werking in voelt van de vloed). VrijH— (waar de koopgoederen geen rechten betalen). By- of HulpH— (van de tweeden rang). NoodH— (waar men uit nood binnenloopt.)

In Rotterdam, Dordrecht enz. geeft men ook de naam van H— aan wat men elders “gracht” noemt.

Spreekwijze: In behouden H— zijn (zich buiten gevaar bevinden).

Op een vreemde H— geweest zijn (gemeenschap gehad hebben met een andere dan de echte vrouw:—omdat bij  de matrozen vrij algemeen de leus is: “zoo menige H—, zoo menige vrouw”).

Daar is geen H— mede te bezeilen (men kan met hem niet verder komen).

Alle H—s schutten geen wind (niet alles strekt tot eer en voordeel, waar men eer en voordeel van wacht.)

Havenen, b. w. — 1o. In een Haven bergen. Die goederen worden alleen gelost om Gehavend te worden.

2o. (veroud.) Schoonmaken. Zoo vindt men in oude weeshuis-verordeningen: “de knechtskens en meiskens zullen eenmaal ’s weeks Gehavend worden.” Hiervan is later H— in de zin gebruikt van “kammen, onder handen nemen.”

Havengeld, z. n. o. — Geld, dat betaald wordt om een Haven te mogen binnenloopen of er in te liggen.

Havenmeester, z. n. m. — Opzichter van een Haven, die voor de uitdieping, de kaaien, het paalwerk, het opkorten der schepen, enz., te zorgen heeft.

Havery z. n. v. — Zie Avery.

De scha van haverye en parken te begraven,
In ’t onweêr wort met vreught van overwinst begroet.
Vondel, Inwijding van ’t stadthuis.

Heien, b. w. — Palen inslaan. Roemer Visscher, 2e schok 60, bezigt het van een schip, dat diepgaande is, en als in zee wordt ingeslagen. Zie Stampen.

Heiblok, z. n. o. — Zwaar blok, dat, aan verscheiden touwen vastzittende, op- en nedergelaten wordt om er palen mede in te slaan.

Hek, z. n. o. — Het slot van het achterschip.

Hekbalk, z. n. m. — Een gedeelte van de wand, dat de beide zijden van het [82]schip verbindt, aan Hek en Wulf tot grondslag strekt, en waarop de enden der buitenboords-planken bevestigd worden.

Hekboot, z. n v. — De kleinste boot, die aan ’t hek opgeheschen wordt.

Hekknieën, z. n. v. mv. — Knieën, die de hekbalken aan het schip verbinden.

Heksluiter, z. n. o. — Eigenaardige naam van het laatstkomende schip van een linie.

Hekstut, z. n. m. — Knievormige stut, met een papegaaisbek, op het einde des Hekbalks geplaatst en daaraan vastgehecht.

Hel, z. n. v. — 1o. Benaming, die vroeger te Amsterdam werd gegeven aan een pakhuis, waar gesloken goederen in bewaard werden,—waarschijnlijk, om dat zij er niet licht weêr uitkwamen.

2o. Of Blakhel. Hok omlaag op de koebrug, dienende tot berging van onderscheidene dagelijksche behoeften, als olie, pek, enz.

Hellen, o. w. — Overhangen, overhalen. Dat schip helt zwaar, het hangt veel over.

Helling, z. n. v. — Soort van glooiend roosterwerk op de vasten grond aangelegd en waarop het vaartuig gebouwd of hersteld wordt. VoorH— (dat gedeelte der H—, dat door het water is overdekt). Overdekte H— (die een dak heeft). SleepH— (om vaartuigen te herstellen).

Spreekwijze: ’t Moet op de H— (’t heeft herstelling noodig).

Helmstok, z. n. m. of Roerpen. — Staaf of stok, die het roer in beweging brengt. ’t Woord is, volgends sommigen, ’t zelfde als halm (spriet) wat nog in ’t Engelsch voor “roer” gebruikelijk is. Intusschen moet men niet vergeten, dat de stokken, vooral op binnenvaartuigen, tot knop een hoofd hadden met een Helm voorzien, waarop de stuurman zijn hand leî.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *