1856 – Het Eiland Texel en Zijne Bewoners, Francis Allan

Project Gutenberg's Het Eiland Texel en Zijne Bewoners, by Francis Allan

This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
almost no restrictions whatsoever.  You may copy it, give it away or
re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
with this eBook or online at www.gutenberg.org
Oorspronkelijke titelpagina

Oorspronkelijke titelpagina

HET
EILAND TEXEL
EN ZIJNE BEWONERS,
AMSTERDAM,
WEIJTINGH & VAN DER HAART.
1856.

[Inhoud]

„Grond en Geschiedenis staan bij ons in naauwe betrekking.”

Prof. Van Lennep.[III]

[Inhoud]

VOORWOORD.

Het was naar aanleiding van een vroeger door mij geschreven werkje1, dat ik van onderscheidene en veelgeachte zijden de vereerende uitgenoodiging ontving, om ook ten opzigte van eeneBeschrijving van het Eiland Texel mijne krachten te beproeven.

Dan, bij de zamenstelling van het genoemde werkje over Marken ondervonden hebbende, welke moeijelijkheden bij gebrek aan goede bouwstoffen aan dergelijken arbeid verknocht zijn, deinsde ik aanvankelijk voor de aanvaarding dezer taak terug.

Men hield evenwel bij mij aan, en ik?—beloofde eene Beschrijving van Texel te zullen leveren. Te meer voelde ik mij daartoe opgewekt, naardien ik de verzekering bekwam, dat men, gedreven door innige belangstelling, mij ook op Texel, in alles wat op dit eiland betrekking heeft, alle mogelijke hulp en inlichting zoude verstrekken.

Men stelde mij dan ook in dezen geenszins te leur, zoodat het mij eene behoefte is, hierbij openlijk mijnen welmeenenden dank te betuigen aan de H. H. P. de Keyzer, Sz., Burgemeester, G. List,Gemeente-Ontvanger en W. Brouwer, Openbaar Onderwijzer, aan Den Burg op [IV]Texel, alsmede aan den Wel Edelen Heer R. B. de Breuk, te Nieuwe Diep, voor de belangstellende en welwillende hulp, mij, bij de zamenstelling van dit geschrift over het schoone en belangrijke Texel, verstrekt.

Zijne koninklijke hoogheid Prins Hendrik der Nederlanden, Wiens doorluchtigen Naam reeds door de bedijking van den polder Prins Hendrik met Texel’s geschiedenis was verbonden, heeft door de welwillende aanneming van de Opdragt van deze mijne lettervrucht, Hoogstdeszelfs belangstelling in dit eiland doen blijken, en aangenaam, hoogst aangenaam, voorwaar! is het mij, Z. K. H. voor die welwillende aanneming, welke mij eene zeer vereerende aanmoediging was, hier openlijk mijnen hartgrondigen dank te wijden!—

’t Is zoo, ik heb een groot en moeijelijk werk moeten verrigten, om tot een (moge het zijn) gunstig resultaat te kunnen geraken: ik moest onderzoeken, raadplegen, vergelijken, opdat ik eene zoo veel mogelijk naauwkeurige Beschrijving van Texel aan mijne belangstellende Landgenooten zoude kunnen aanbieden.

In hoeverre mij dit gelukt is, zij aan het bescheiden oordeel van deskundigen overgelaten, aan wie ik deze vrucht mijner onvermoeide nasporingen met bescheidenheid aanbevele, hun de verzekering gevende, dat alle bescheidene teregtwijzingen steeds hoog door mij zullen worden gewaardeerd en in dank aangenomen.

Omtrent de bij dit werk gevoegde Kaart, zal ik wel niets ter aanbeveling behoeven te zeggen. Immers, zij beveelt zich zelve genoegzaam aan! Alléén zij dus gezegd dat de [V]door mij vervaardigde Kaart reeds bij den Graveur was, toen ik kennis verkreeg van die des Heeren Kikkert, die door mij, en ik mag vertrouwen, ook door H. H. Inteekenaren, allezins geschikt werd geacht om aan dit werk te worden toegevoegd.

Zietdaar, Lezers! hetgene ik meende vooraf te moeten laten gaan! Mogt mijn arbeid uwe goedkeuring wegdragen, het zoude mij een spoorslag te meer zijn, om voorwaarts te streven op den vaak moeijelijken weg des onderzoeks, en mij meer en meer te kwijten van de verpligting, die ik verschuldigd ben aan Wetenschap en Vaderland.

F. ALLAN.


1Het Eiland Marken en zijne bewoners; met 2 kaartjes, te Amsterdam, bij Weijtingh & Van der Haart, 1854.

[Inhoud]

INHOUD.

NAAMLIJST DER INTEEKENAREN.

OPDRAGT

Aan Z. K. H. Willem Frederik Hendrik, Prins der Nederlanden, Luitenant-Admiraal, Opperbevelhebber der Vloot.

INLEIDING.

Algemeene Beschouwing over het Eiland Texel.

EERSTE HOOFDSTUK.

Voortbrengselen. Grond- en Luchtgesteldheid van Texel.

TWEEDE HOOFDSTUK.

Texel, beschouwd met betrekking tot de Geschiedenis des Vaderlands.

DERDE HOOFDSTUK.

De Dorpen, Gehuchten, enz. op Texel.

1. Het Oude Schild. (Schans, Redoute, Lunette, de Weezenputten, Brakenstein, de Hoogeberg.)
2. De Burg.
3. Het Horntje.
4. Hoorn of den Hoorn. (Den Ouden Hoorn.)
5. Den Westen. (Het voormalige dorp.)
6. De Koog.
7. Oosterend of Oostereind.
8. Het Nieuwe Schild.
9. Oost.
10. De Cocksdorp.
11. De Waal.

[VII]VIERDE HOOFDSTUK.

De voornaamste ingedijkte Polders op Texel.

1. De Prins Hendrik-Polder.
2. Het Eijerland.
3. De Eendragt.
4. De Grie.
5. De voormalige Katten-Polder (thans Prins Hendrik-Polder.)
6. Waal- en Burg.

VIJFDE HOOFDSTUK.

Iets over de voormalige Gewoonten, Gebruiken, enz., der Texelaars.

ZESDE HOOFDSTUK.

De Bevolking van Texel.

Godsdienst. Taal. Beschaving. Kleeding. Huishouding. Gewoonten. Vermaken.

ZEVENDE HOOFDSTUK.

Aanteekeningen. Bijvoegsels.

Staat van de veranderingen aan het strand en de duinen langs de Noordzee, van het Horntje tot het Eijerland op het Eiland Texel.[VIII]

[Inhoud]

Aan
Zijne Koninklijke Hoogheid
WILLEM FREDERIK HENDRIK,
PRINS DER NEDERLANDEN,
LUITENANT-ADMIRAAL,
OPPERBEVELHEBBER DER VLOOT.[2]

Is het waar, dat elk welgezind burger van den Staat, diep doordrongen is van innige belangstelling omtrent alles, wat in betrekking staat tot den bloei van het geliefde Vaderland, en dat er in zijnen boezem een gevoel van verknochtheid leeft, dat bij de minste aanraking zelfs, de teêrste snaren van zijn gevoel, van zijne ziel, roert en trillen doet, zoo het slechts het Vaderland en het Vaderlandsche raakt;—niet minder waar is het, dat inzonderheid de edele telgen van het doorluchtig Vorstenhuis van Oranje Nassau, steeds eene levendige belangstelling koesterden, voor alles wat op Nederland enNeêrlands Volk betrekking had, ja, dat zij aan den voor- of tegenspoed van het gemeenschappelijke Vaderland hun eigen wèl en wee verbonden.[3]

Van die belangstelling gaf ook UWE KONINKLIJKE HOOGHEID meermalen de sprekendste bewijzen. Daarvan in het breede hier te gewagen, zoude onkiesch zijn en slechts laffe vleijerij verraden! Genoeg reeds, indien wij slechts bedenken, welke onloochenbare bewijzen van levendige belangstelling UWE KONINKLIJKE HOOGHEID koestert, omtrent alles wat betrekking heeft op Neêrland’s Zeewezen, eene belangstelling, die door UWE KONINKLIJKE HOOGHEID, als Opperbevelhebber van Zr. Ms. Zeemagt, voorzeker ook voor dat gedeelte van Noord-Nederland, gekoesterd wordt, welks beschrijving wij UWER KONINKLIJKE HOOGHEID hierbij eerbiedig opdragen, met welks geschiedenis UW doorluchtige naam verbonden is, en in welks nabijheid [4]NEÊRLAND’S Vloot, meermaals zooveel nationalen roem en zege, op de vijanden van het geliefde Vaderland, mogt bevechten.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *