Weert

Plaatsen > Weert

Weert wordt voor het eerst genoemd in een in 1062 gedateerd document, dat echter waarschijnlijk pas in de 12e eeuw door vervalsing tot stand is gekomen. De Limburgse benaming Werta betekent ‘land omgeven door water en moerassen’. Het huidige Weert is dan ook ontstaan op een uitgestrekte strook grond temidden van water en moeras, aansluitend aan de Peel.

Het Dekenaat Weert is na Maastricht en Susteren het oudste Dekanaat van Limburg en heeft dus een rijke historie.

Vandaag de dag vervult Weert voor de regio een centrumfunctie. Met circa 50.000 inwoners is het een van de grotere gemeenten in Limburg. Het moderne winkelcentrum, de recreatieve voorzieningen, de musea, de natuurgebieden en de vele bezienswaardigheden maken Weert tot een verrassende stad.

Op de Nieuwe Markt in Weert is een gedenksteen voor Gerard Reve aangebracht. De gemeente wil op die manier een van Nederlands grootste schrijvers eren die van 1972 tot 1975 in Weert woonde. Op de gedenksteen staat het gedicht aan de Zusters van Liefde, tijdens zijn verblijf in Weert de buren van de schrijver. De gedenksteen is geplaatst bij zijn oude woning aan de Nieuwe Markt 12.

Bezienswaardigheden

St. Martinuskerk
Eén van de vele monumenten van Weert, zoniet hét monument, is de Dekenale St. Martinuskerk. Met de St. Michaëlskerk in Zwolle is de St. Martinuskerk één van de twee met stenen overwelfde oorspronkelijke hallenkerken in Nederland. Wie de kerk bezoekt zal aangenaam verrast zijn door het schitterende en goed onderhouden interieur en de vele kunstschatten.

De Martinuskerk is mede dankzij zijn 72 meter hoge toren en de daarin geplaatste beiaard een imposant en niet weg te denken gebouw in het hartje van de stad. Ook het interieur en de vele kunstschatten van de kerk zijn beslist de moeite waard. In de Martinuskerk gaan aandacht voor het religieuze én waardevolle kunstvoorwerpen hand in hand. Juist dat maakt deze kerk zo boeiend en interessant.

De geschiedenis van de Martinuskerk gaat wellicht terug tot de achtste, begin negende eeuw. Het was Karel de Grote die in 779 de kerkenbouw en parochie-indeling voorschreef. Omdat de heilige Martinus in die tijd bij de Frankische adel in deze streken een bijzondere verering genoot, wordt de kerk toegewijd aan deze heilige.

Feitelijk wordt de Martinuskerk voor het eerst genoemd in een waarschijnlijk vervalste oorkonde gedateerd in het jaar 1062. In 1456 worden de huidige priesterkoren en de eerste drie traveeën voltooid. Deze zijn in de kerk duidelijk te herkennen aan de verschillen van de gewelven vooraan bij het priesterkoor.
Door de economische gunstige ontwikkeling van Weert in die tijd, waren de burgers van Weert in staat de kerk steeds meer allure te geven.

Op 21 juli 1500 wordt door Jacob II van Horne, heer van Weert, de officiële eerste steen gelegd voor de verdere voltooiing van het nieuwe kerkgebouw. De oude kerk wordt in datzelfde jaar geheel afgebroken, wegens gebrek aan onderhoud. De verschillen tussen de 15de eeuwse en 16de eeuwse bouwfases zijn in de huidige kerk nog goed te zien in de gewelfconstructie (zie elders).

Hoezeer de Weertenaren ook begaan waren met hun monumenten, allerlei rampen bleven ook deze kerk niet bespaard. In 1566 wordt de stad getroffen door de beeldenstorm. Ook de Martinuskerk wordt niet gespaard.

Tussen 1559 en 1580 heeft zich wellicht de woeligste periode in de geschiedenis van Weert afgespeeld. Wie de kronieken van de stad leest, zal ervaren dat in deze periode de Weertenaren dachten dat de wereld, en dus ook hun stad, zou vergaan. Aardbevingen, mislukte oogsten en hongersnood werden afgewisseld door pestepidemieën, oorlogen, plundering, roof en moord.

Tegen dit decor speelde zich de hervorming af in Weert. Woelige tijden en politieke twisten duurden voort en ondermijnden het gezag van de kerk. Uiteindelijk keerde door het regelmatige bezoek van bisschop Lindanus aan weert de rust terug. Op 6 maart 1584 wijdt Mgr. Lindanus de kerk en de altaren weer in.

De toren van de Martinuskerk kent een boeiende geschiedenis. In de loop van zijn bijna vijf eeuwen geschiedenis heeft de toren al vele gezichten gehad. Rond 1528 wordt de toren die bij de oude kerk hoorde afgebroken. Daarna wordt een stoere, massieve toren gebouwd. Deze is echter nooit voltooid. De toren kwam nauwelijks boven de daken van de huizen uit. Het was een in Kempische gotiek opgetrokken bouwwerk. Kenmerkend zijn de bakstenen in afwisseling met de kalksteen, de zogenaamde speklagen. Pas rond 1889 wordt door de toenmalige deken van Weert, Johannes Custers, de toren van 47 meter verlengd tot meer dan honderd meter!
Slechts een halve eeuw hield de “Lange Jan” stand, want in november 1940 velt een zware storm de torenspits. De Martinuskerk raakt licht beschadigd maar het nabij de kerk gelegen hotel “De Vesper” wordt totaal vernield.
Architect Th. Verlaan mocht, na een ontwerpwedstrijd, een nieuwe toren optrekken op de middeleeuwse basis en met gebruikmaking van delen van het metselwerk van “De Lange Jan” opbouwen. Deze toren is in 1960 voltooid.

De Martinuskerk is gebouwd in een laat-gotische stijl met Rijnlandse en Maaslandse invloeden. Naast de St. Michaëlkerk in Zwolle is zij de enige oorspronkelijk in steen overwelfde hallenkerk in Nederland. Kenmerk van een hallenkerk is dat de zijschepen en het middenschip even hoog en even breed zijn. Bovendien heeft elke beuk een eigen dakconstructie. Door deze constructie ontstaat een groots ruimtelijk effect.

De Martinuskerk kenmerkt zich door een overweldigend interieur met mooie kunstschatten. De sacrale sfeer zorgt ervoor dat het een huis Gods blijft waar de vaste kerkganger of de toevallige passant even tot rust kan komen en vervolgens kan genieten van zoveel goed bewaarde rijkdom.

Wie door de hoofdingang de kerk inkomt zal ongetwijfeld als eerste geïmponeerd zijn door de gewelven en de gewelfschilderingen.
Aan de gewelven is goed te zien dat de kerk in meerdere fases is gebouwd. De gewelfconstructie van het oudste gedeelte bestaat uit eenvoudige kruisribgewelven. In het nieuwe gedeelte is een rijkere gewelfconstructie te zien. In het middenschip zijn stergewelven te zien, in de eucharistiebeuk (links van het priesterkoor) netgewelven en rechts van het priesterkoor bij het Mariakoor, ruitgewelven.
Ook aan de kapitelen zijn oud en nieuw te onderscheiden. De kapitelen op de pilaren in het nieuwe deel zijn in de vorm van een plompenbladmotief gekapt, terwijl de kapitelen van de pilaren van het oudere gedeelte eenvoudiger zijn. De gewelven zelf zijn in baksteen gemetseld.
Een ander belangrijk bouwtechnisch verschil tussen oud en nieuw is de plaatsing van de wanden tussen de steunberen. In de eerste bouwfase worden deze nog zover mogelijk naar binnen geplaatst. In de jongere bouwfasen worden ze zover mogelijk naar buiten geplaatst. Daardoor ontstond tussen de steunberen ruimte voor een serie altaren.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *