Skarsterlan

Plaatsen > Skarsterlân

De gemeente Skarsterlân ligt in de provincie Friesland. Inwoneraantal: 27.096; Oppervlakte: 216,91 km²; Wateroppervlakte: 35,50 km².

De gemeente Skarsterlân kent de volgende woonkernen:

  • Akmarijp, 
  • Boornzwaag, 
  • Broek, 
  • Dijken, 
  • Doniaga, 
  • Goingarijp, 
  • Haskerdijken, 
  • Haskerhorne, 
  • Idskenhuizen, 
  • Joure
  • Langweer, 
  • Legemeer, 
  • Nieuwebrug, 
  • Nijehaske, 
  • Oldeouwer, 
  • Oudehaske, 
  • Ouwsterhaule, 
  • Ouwster-Nijega, 
  • Rohel, 
  • Rotstergast, 
  • Rotsterhaule, 
  • Rottum,
  • Scharsterbrug, 
  • Sint Nicolaasga
  • Sintjohannesga, 
  • Snikzwaag, 
  • Terkaple, 
  • Teroele, 
  • Tjerkgaast, 
  • Vegelinsoord

Het gebied dat tegenwoordig Skarsterlân heet, bestaat eigenlijk nog maar kort onder deze naam: pas in 1984 fuseerden de gemeenten Haskerland (met als hoofdplaats Joure) en Doniawerstal (met als hoofdplaats Langweer) onder de naam Skarsterlân. Toch heeft deze streek een indrukwekkende geschiedenis, niet in de laatste plaats de hoofdplaats Joure.

De gemeentenaam “Skarsterlân” – inderdaad, in het Fries – duikt voor het eerst op in augustus 1979 in de rapportage door Gedeputeerde Staten over de herindeling van de Friese gemeenten. In de Wet tot Gemeentelijke Herindeling van Friesland van 1983 is de naam op zijn Nederlands: Scharsterland. Vanaf 1 maart 1985 heet de gemeente echter weer Skarsterlân, naar een besluit van de eigen gemeenteraad. De gemeente heeft dus voor een korte tijd officieel Scharsterland geheten.

De naam Skarsterlân herinnert aan de Scharren, een gebied in Doniawerstal, tegen de grens met Haskerland aan. Dit gebied ligt nu ongeveer in het midden van de gemeente. Scharsterland is dus het land rond de scharren. Scharren waren oorspronkelijk landerijen die gemeenschappelijk gebruikt werden door de boeren voor hooiwinning of voor het weiden van vee. Ook de dorpsnaam Scharsterbrug is afgeleid van de scharren, evenals de Scharsterrijn.

De gemeente Skarsterlân bestond vóór 1984 uit de twee gemeenten Doniawerstal en Haskerland. Het gemeentehuis van Doniawerstal stond in de hoofdplaats Langweer. Andere plaatsen in deze gemeente waren Sint Nicolaasga, Scharsterbrug, Spannenburg, Tjerkgaast, Idskenhuizen, Goïngarijp, Boornzwaag, Broek, Koufurderrige, Legemeer, Oldeouwer, Ouwster-Nijega, Ouwsterhaule, Dijken en Teroele. Op Koufurderrige na horen al deze plaatsen nu bij Skarsterlân.

Het gemeentehuis van Haskerland stond in Joure en is na de samenvoeging het huis van de nieuwe gemeente geworden. Andere plaatsen in Haskerland waren Oudehaske, Nijehaske (waarvan een gedeelte al in de gemeente Heerenveen was opgegaan), het tweelingdorp Sintjohannesga-Rotsterhaule, Haskerhorne, Rottum, Rotstergaast, Rotsterhaule, Rohel, Snikzwaag, Vegelinsoord, Haskerdijken en Delfstrahuizen, dat nu bij de gemeente Lemsterland hoort. Akmarijp en Terkaple vielen onder de niet meer bestaande gemeente Utingeradeel, maar maken nu deel uit van onze gemeente.

Oudehaske, Nijehaske en Haskerhorne zijn ouder dan Joure. Samen met Snikzwaag en het niet meer als dorp bestaande Westermeer vormden ze al in de Middeleeuwen de grietenij Haskerfiifgea.

Ook de streek rond Haskerdijken werd al vroeg bewoond. De streek werd voor het eerst in een schriftelijke bron genoemd in het begin van de dertiende eeuw, in de levensbeschrijving van de kluizenaar Dodo. Deze was monnik in Hallum, maar zocht de eenzaamheid als kluizenaar op, om te boeten voor de zonden van zichzelf en zijn medemensen. Hij trof bij Haskerdijken een kapelletje aan, waar hij een woning bij bouwde. Hij stierf toen hij in 1231 bedolven raakte onder het puin van zijn ingestorte kluizenaarswoning.

In 1235 stichtten Wybrandus de Hascha en nog enkele personen op de plaats van Dodo’s woning een klooster, dat later de naam Maria’s Rozendal of Hasker Konvent kreeg. Het moet op de plaats hebben gestaan waar nu het kerkje de Kapelle van Haskerdijken is.

In de latere Middeleeuwen werd de Overspitting, een kanaal van Joure naar Heerenveen, gegraven. Dat was voornamelijk bestemd voor de afvoer van turf. De inwoners van Oude- en Nijehaske, Haskerhorne en Snikzwaag verdienden namelijk al vroeg hun brood met het winnen van deze brandstof.

In de achttiende eeuw speelden verveners die afkomstig waren van Giethoorn en omgeving hierbij ook een belangrijke rol. Zij voerden een nieuwe methode in, waarbij het veen met zogeheten beugels diep onder de waterspiegel vandaan werd gehaald. De eerste concentratie van deze “Gietersen” heeft in Sintjohannesga, Rottum, Rotsterhaule en Rohel plaatsgehad. Van daar uit trokken ze omstreeks 1770 naar het noordelijke deel van Haskerland.

Door de oorspronkelijke bewoners zijn de Gietersen lange tijd als niet zo welkome migranten beschouwd. Later slaagden ze er toch in om Fries met de Friezen te worden. De omstandigheid dat ze Fries leerden spreken zal daar belangrijk aan hebben bijgedragen. De Gietersen verwisselden hun oorspronkelijke Overijsselse dialect voor de Friese taal, omdat die meer aanzien gaf. Van de “petgaten” die tijdens de vervening ontstonden is in de gemeente nog een klein gedeelte te zien. Ze liggen onder andere in het natuurgebied het Schar bij Sintjohannesga. Ook het Nannewiid bij Oudehaske is door de vervening ontstaan.

 

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *