Zeemans woordenboek Lijken – Onderwant

In verband met het Corona virus adviseren wij u het laatste reisadvies van het Ministerie te lezen op Reisadvies Nederland Wereldwijd

Omwenden, o. en b. w. — Thands wordt meer gewoonlijk Wenden gezegd. Zie aldaar.

Omzeilen, b. w. — Om heen zeilen. Een hoek O—.

Omzwaaien, o. w. — Zie Zwaaien.

Omzwalpen, b. w. — Zie Zwalpen.

Geen aardrijk kan zijn kreits bepalen,
Geen arm van aard-omzwalpend zout.
Bilderdijk. Ode aan Napoleon.

Onbemand, b. n. — Zonder bemanning. Het schip is nog O—.

Onbevaren, b. n. — Ongeöefend, ongewoon aan boord. Het is slecht zeilen met O— manschap.

Onder, voorz. — Beneden. O— de lij, O— de wind van een ander schip (wordt een schip gezegd te zijn, wanneer de wind komt van de zijde waar dat andere schip ligt.) O— de kust, O— de wal (wordt een vaartuig gezegd te zijn wanneer het zich op weinig afstands van die kust of dien wal bevindt.) O— zeil gaan (wegzeilen.) O— Engelsche vlag (een Engelsche vlag voerende.) O— die zeilen, O— dat zeil loopen (alleen die of dat bepaalde zeil voeren.) O— de wind laten loopen (afhouden, zoo dat de wind dwars in de zijde komt.) O— zee gelegd zijn (door een zeeslag op zijde gesmeten en overdekt zijn). O— water.—Zie Boven.

Onderbarghout, z. n. o. — Zie Barghout.

Onderdompelen, b. w. — Geheel onder water brengen. Het Ondergedompeld gedeelte van een schip (dat gedeelte, ’t welk onder water is).

Onderdompeling, z. n. v. — Overstrooming. De geheele O— van een sloep.

Onderdoorrijden, Onderrijden, o. w. — Wordt het schip gezegd te doen, als het, voor anker liggende, door hooge zeeën overstelpt, zinkt.

Onderlegger, z. n. m. — Zie Kiellichter.

Onderloop, z. n. m. — Zie Voorstuk en Knie. [151]

Onderlijk, z. n. o. — Onderste gedeelte van een zeil. Dat zeil heeft veel breedte in zijn O—.

Onderlijzeil, z. n. o. — Het Onderste Lijzeil, als dat van de groote fokkera.

Onderofficier, z. n. m. — Officier van minderen rang.

Ondernoktaliestopper, z. n. m.—Kleine Stopper, die, op een galei, aan de voet van de mast was gestoken op de strop van de Ondernok, en dezen vasthield.

Onderra, z. n. v. — Benedenra.

Onderruim, z. n. o. — Diepste van het ruim.

Onderrijden, o. w. — Wordt een schip gezegd te doen, wanneer het door hevige stortzeeën overstelpt wordt.

Onderschip, z. n. o. — Benedengedeelte van een schip.

Onderschoren, b. w. — Met schoren of stutten ophouden.

De vlietgodinnen zien ontelbare oorloghskielen
En schepen toegerust en onderschooren ’t vlot.
Vondel. Verovering van Grol.

Onderschoring, z. n. v. — Hetgeen onder een schip op de helling of onder eenig ander werk op de grond is geplaatst om het te stutten.

Onderstrijken, b. w. (veroud.) — Met planken van onderen bestrijken of beschieten.

Onderstut, z. n. m. — Zie Stut, Noodstut.

Onderstutten, b. w. — b. v. een schip; wanneer het op strand ligt en men er stutten onder zet om het omslaan te beletten.

Onderstuurman, z. n. m. of Stuurmansmaat.

Onderwant, z. n. o. — Want, dat lager zit.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *