Zeemans woordenboek Baai – Bijzetten

In verband met het Corona virus adviseren wij u het laatste reisadvies van het Ministerie te lezen op Reisadvies Nederland Wereldwijd

Boei, z. n. m. — Drijvend stuk hout of kurk, takkebos of ledige ton, in de regel een ovaal waterdicht vat, met groote hoepels beslagen, en dienende om de gevaarlijke plaatsen, klippen, wrakken, enz. of de plaats, waar een anker gezonken is, aan te wijzen. Houten B—, Kurken B—, AnkerB—, TonneB—. Klare B—, (die gereed gehouden wordt om in ’t water geworpen te worden [36]op het oogenblik dat het anker zinkt). ReddingB— drijvend lichaam van kurk, wasdoek enz., dat men aan een man, die in ’t water valt, toewerpt, opdat hij  het aangrijpe en er zich mede boven houde tot dat een sloep hem hulp brengt.

Spreekwijze: hij  heeft een kop als een B— (een hersenloozen kop).

Boeien, z. n. m. mv. — De ijzers, waarin een matroos wegens misdrijf gesloten wordt. Iemand in de B— sluiten.

Boeien, b. w. — of Opboeien. Het scheepsboord met planken hooger maken. Zie Geboeid, Opboeien.

Boeier, z. n. m. — Klein lastschip, dat voor en achter is Opgeboeid, van waar het zijn naam heeft. Het komt in vele deelen met een Smak overeen. De Hollandsche jachten zijn onder dien naam beroemd.

Spreekwijze: Een B— is een zeeknoeier:—om dat een B— minder geschikt is om zee te bevaren; maar daarentegen zeer bekwaam voor de binnenvaart.

Boeiketting, z. n. v. — Ketting, die een Tonneboei aan zijn anker verbindt.

Boeiklamp, z. n. v. — Plank, die op de naden van een schip gespijkerd wordt, om het binnendringen van het water tegen te gaan.

Boeireep, z. n. v. — Touw, dat de Boei met het anker verbindt. Zie Reep.

Boeireepknoop, z. n. m. — Knoop, waarmede de Boeireep op het anker bevestigd wordt.

Boeisel, z. n. o. — Planken, waarmede een schip wordt opgeboeid.

Boeitang, z. n. v. — Tang, waarmede planken als aan elkander vastgeboeid worden.

Boekanier, z. n. m. — Naam, die vroeger door Z. Amerikaansche zeeroovers gedragen werd.

Boekhouder, z. n. m. — Naam, door de visschers onzer zeedorpen aan de reeder gegeven, als zijnde hij  het uitvoerend bewind in alle zaken, de vangst betreffende.

Boelijn, z. n. v. — Lijn, dienende om het loeflijk der vierkante zeilen meer aan de wind te halen als men by-de-wind zeilt. Men zegt in ’t mv. niet Boelijnen maar Boelijns.—LoefB— (die aan de windzijde staat). LyB— (die onder de wind is). Vaste B—s (die zoo stijf staan als zij kunnen). Haal uit de B—s! (komm.). Met de B—s uitgehaald zeilen (scherp by-de-wind zeilen). Zie Magerman.

Boelijnspruiten, z. n. v. mv. — of Leuvers. Touwen, die in de vorm van een hanepoot het loeflijk van de zeilen met de Boelijn verbinden.

Boeri, z. n. v. — Soort van riviervrachtschip in Bengalen.

Boeten, b. w. — Verbeteren, gelijk Boete “betering” beteekent. Netten B— (de gescheurde mazen herstellen).

Boevenet, z. n. o. — Vroeger heette B— een net, van traliewerk gemaakt, dat over de opening van een schip geplaatst werd en bestemd om af te weeren hen die opkwamen om te enteren of met andere slechte voornemens; thands is het een bynaam voor het Enternet, ’t welk bij  nacht rondom het boord van een brik of ander laag vaartuig tegen het overrompelen geheschen wordt. [37]

Boezem, z. n. m. — Zie Waterboezem, Zeeboezem.

Boezeroen, z. n. o. — Soort van korte zeemanskiel.

Bogen, z. n. m. mv. — Ronde houtjens, waarin zich gaatjens bevinden, door welke men het touwwerk kan laten gaan.

Bohei of Boha, z. n. o. — Geschreeuw. B— maken (geweld maken). Geen B— aan boord! (geen rumoer, geen geschreeuw!) Dit woord is oorspronkelijk maleisch. Wanneer men, met de sloep over de modderbank voor Batavia varende, vastraakt, moeten de roeiers er uit om te sleepen: ’t welk uithoofde der menigvuldige kaaimans, die zich aldaar bevinden, niet weinig gevaarlijk is. Wanneer nu de Javanen, die op de modderbank visschen, een sloep zien vastzitten, roepen zij aan de Ekipaadje toe: bohaya; ’t welk in ’t maleisch “Kaaiman” beteekent, ten einde men hun de sloep doe sleepen en zij er wat aan verdienen. Uit dat herhaald en luid geschreeuw der Javanen is ontstaan, dat de matrozen een schreeuwer, rumoermaker een B—maker noemen.

Bok, z. n. m. — 1o. Vaartuig, waar men schuiten of pramen, die aan de grond zitten, mede boven water haalt: hetwelk niet kan geschieden, zonder dat het vooreind meer en meer naar het water zakt en de kop buigt als een bok, die stooten wil.

2o. Twee aan de boveneinden verbonden rondhouten, barkoenen, windboomen, waaraan een blok hangt, en wier onderste einden ter wederszijden op het dek rusten: dienende tot het lichten van masten of andere zware lichamen.

3o. Of Zagersbok. Werktuig, ten gelijken einde dienende, doch bestaande uit drie stutten of pooten, die in een driehoek uitstaan en zich in de top piramidaalvormig vereenigen.

Bokkebeenen, z. n. o. mv. — In de top vereenigde en vorksgewijze opgerichte spieren of staken, met katrollen voorzien en dienende om masten uit te lichten of op te zetten, of om, bij  de aanbouw van een schip, de stukken op hun plaats te brengen.

Bokshoorn, z. n. m. — of Boksoor. Hieronder verstond men vroeger een ijzeren haak, die ter wederzijden van de rampaarden werd vastgehecht om de touwen daaraan te beleggen. hij  had zijn naam van zijn gedaante, daar de pen van dit werktuig achterover lag, even als de hoorn van een bok. Tegenwoordig zijn de B—s van voren rondgebogen ijzeren bouten in het boord der schepen, aan welke bouten de Broekings der stukken gebonden worden om het inspringen te beletten. Zie Hoornen.

Boksoor, z. n. o. — Zie Bokshoorn.

Bolkvanger, z. n. m. — Bolk, of bolg beteekende vroeger bui: een B— was dus een kleed, dat tegen buien beschutte. Vondel noemt, in zijn Lof der Zeevaart, de matrozen ’t Bolckvangerdragend gilt. Zie Baaivanger, Wolkvanger. In ’t zelfde gedicht noemt Vondel het:

Een draght, die sterven zal wanneer de schipvaert sterft.
Bollen, b. w. — Korten, inkorten. De bezaan B— (het zeil van de bezaan minderen of minder ter windvang stellen). [38]

Bolster, z. n. v. — (veroud.) Klos, of kussen, waar de boegspriet op rust. Zie Boegsprietkussen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *