1856 – Het Eiland Texel en Zijne Bewoners, Francis Allan

In verband met het Corona virus adviseren wij u het laatste reisadvies van het Ministerie te lezen op Reisadvies Nederland Wereldwijd

8. „Het groote Kreilerwoud strekte zich uit van tusschen Enkhuizen en Medemblik tot aan de Noordzee en het eiland Texel.” (Arend. Algem. Gesch. des Vad.) Hij ontleende dit aan H. Soeteboom,Saenlants-Arcadia, B. II pag. 117. Doch Eikelenberg houdt daarentegen deze Noord-Hollandsche bosschen even als het Kreilerwoud (aan welks bestaan ook andere geleerden van naam twijfelen) „zoo ooit de vorige eeuwen” (zegt Eikelenberg) „een bosch te Kreil hebben gezien,” voor rietbosschen, (?) en zegt met Nannius, „Tacitus gedenkt Holland nooit als een boschachtig, dikmaals als eenpoelachtig land.”—(Vergelijk bl. 25.)

9. Eijerlandshuis of Eijerhuis was eene pachthoeve op het voormalig eiland Eijerland, in het Noordelijkste gedeelte van hetzelve, zeer bevallig tusschen duinen, in eenen duinkom gelegen. Vóór de gedeeltelijke verbouwing in 1836–1837, las men in den gevel van dat huis het jaartal 1650, dat door krom gebogen ankers gevormd werd. Dit gebouw, dat door vergrooting en aanbouwing, onder zeven daken is gebragt, heeft een kloosterachtig voorkomen. Binnengetreden, herinnert men zich, op het gezigt van den ruimen keukenhaard, onwillekeurig, hoe menig schipbreukeling, ter naauwernood den dood ontkomen, hier, half verkleumd, en zijne omgekomene togtgenooten beweenende, zijne natte kleeding, het eenige dat hem restte, zat te droogen.—Door de ramen heeft men een schilderachtig gezigt: op den achtergrond ontwaart men de duinen, op welker toppen de helmplanten door den wind, over het steeds stuivende zand, worden heen en weder geslingerd; terwijl nader aan den voorgrond, het vee, beschut door die hoogten, vreedzaam graast, [132]of rustig ligt te herkaauwen, een tooneel voorwaar! treffend door de levendige tegenstelling van land en zee, van barre woestheid en rustig veldbedrijf.—(Vergelijk bl. 95.)

10. Oosterbollen is een zandig gedeelte van den polder Eijerland, Noordwaarts van Huisjeskreek nabij den polderdijk gelegen. In deze zandvlakte, welke eene uitgestrektheid van 30 bunders heeft, staat de directiekeet van den Directeur van Landbouw, die daarin, tijdens de indijking, verblijf hield.—(Vergelijk bl. 95.)

11. Huisjeskreek of Oosterbollen-zwen is de naam van eene voormalige kreek in Eijerland, welke vóór de bedijking, van den Duinkom afkomende, zich met eene Oostelijke rigting in het Dijkskanaal ontlastte; doch sedert met haar aanwezen, ook haren naam verloren heeft.—(Vergelijk bl. 96.)

12. Ook de Kabeljaauwslufter was vóór de bedijking van Eijerland eene kreek, welke zich Oostwaarts ontlastte.—(Vergelijk bl. 101.)

Indien wij wel onderrigt zijn, bestaat het plan om eenen grindweg op Texel aan te leggen, loopende van den Burg over Waal-en-Burg en door Eijerland tot aan de Cocksdorp.


En hiermede, Waarde Lezer! eindigen wij onzen arbeid. Gaat het u als ons, dan zult ook gij moeten erkennen, dat het Eiland Texel, mede een der belangrijkste gedeelten van Neêrland’s Rijksgebied uitmaakt, en dat deze plek van den Vaderlandschen bodem overwaardig is, meer algemeen gekend te worden.[134]


1Tijdens en na het afdrukken van het werk, gewerden mij nog eenige opmerkingen Texel aangaande. Sommige derzelven kwamen tijdig genoeg, om in den tekst te kunnen worden opgenomen. Anderen echter, ontving ik daartoe te laat. Deze laatsten zijn het, die ik in dit zevende hoofdstuk heb zamengevat.