1856 – Het Eiland Texel en Zijne Bewoners, Francis Allan

In verband met het Corona virus adviseren wij u het laatste reisadvies van het Ministerie te lezen op Reisadvies Nederland Wereldwijd

Behalve de opgenoemde vermaken, sprak men vroeger op Texel nog van Zuuppot, Kriek en Queesten.4

Door de eerste wordt eene zamenkomst van jongelieden verstaan, die den tijd korten met gemeenschappelijk en vrolijk gezang, dat afgewisseld wordt door het gebruik (matig) van koffij of brandewijn met suiker.

De Kriek is mede een gezelschap van jonge lieden, dat meestal het grootste gedeelte van den nacht duurt, en mogelijk zijn naam ontleent van het krieken van den dag. Zoodanige bijeenkomsten hebben van tijd tot tijd plaats, nu eens bij dit, dan weder bij een ander meisje. De jongelingen komen er ongenoodigd, als het hun goeddunkt, en rooken er hunne pijp; er wordt gepraat, gedanst en gezongen, terwijl de zangstukjes wel eens verzeld gaan van zoogenoemde pluggendansjes, waarbij de meisjes weinig meer dan eene huppelende beweging maken. Een glaasje wijn of andere versnapering wordt bij zulke gelegenheden geenszins vergeten, zonder daarbij echter de grenzen der matigheid te overschrijden.

Het vrijen der jongelieden eindelijk, (vroeger Queesten genoemd) is niet, of althans zeer weinig onderscheiden van de gewone vrijaadje der Noord-Hollandsche landlieden, dat hoofdzakelijk bij avond en nacht plaats vindt. De verliefde jongman gaat ook hier dikwerf uren ver, zonder wind of weêr [128]te ontzien, en vaak door dik en dun, naar het voorwerp zijner liefde. De vrijster wacht hem, vooral in de eerste weken der kennismaking, (zoo haar den jongman bevalt) aan het open venster; maar de liefde, die trouwens meerdere gemeenzaamheid kweekt, de natuur en de nacht openen den vrijer welhaast eenen vrijen en verderen toegang, en—och! is het in dezen niet eveneens gelegen in hutten als in paleizen?—Immers, het onderscheid bestaat slechts daarin, dat het vrijen hier gepaard gaat met den goeden trouw, die pleit voor reinen eenvoud van zeden!

Gelijk elders in ons Vaderland, zoo ook hier, biedt de winter, bij sterk ijs, veelvuldige gelegenheid aan tot de gewone Vaderlandsche ijsvermaken.


1Dit woord is zeer oud en wordt zelden meer gehoord.

2Men meene echter niet, dat de Texelsche Schoonen zich in zooverre aan de anti-N.-H. kleedij gebonden achten, dat zij zich zouden bepalen bij een jak en rok, waarvan de schoot of scheiding bijna tusschen de schouders wordt gedragen.

3Wij merken hierbij aan dat Texel gedurende de laatste jaren, ook ten gevolge van meerdere gemeenschap met den vasten wal, veel van zijne eigendommelijkheid heeft verloren. Uit hetgene wij boven reeds omtrent de Texelaars hebben medegedeeld, blijkt, dat zij in kleeding, zeden, enz. niet meer van hunne naburen zijn onderscheiden.

4Zuuppot is een oud woord, 100 jaren geleden in gebruik, even als het Queesten.