1856 – Het Eiland Texel en Zijne Bewoners, Francis Allan

In verband met het Corona virus adviseren wij u het laatste reisadvies van het Ministerie te lezen op Reisadvies Nederland Wereldwijd

Evenwel werd de landbouw, ondanks den aanvankelijken tegenspoed, met ijver doorgezet en uitgebreid, zoodat reeds [104]in Julij, Augustus en September, 817 bunders alleen met winterkoolzaad (waaronder 47 bunders met wit bloeijend) werden bezaaid. Van andere graansoorten zaaide men minder, namelijk 5 bunders garst, 5 bunders tarwe en 4 bunders rogge.—Eene groote hinderpaal bij de bebouwing, bestaat in den ongelijksoortigen grond.

Het hoogere gedeelte van Eijerland, dat uit geel zand, plantenvezelen en een weinig klei bestaat, bevat eene aanmerkelijke menigte schadelijke insecten, waarbij vooral wordt opgemerkt een’, het koolzaad zeer benadeelend, gebronsd schaaldiertje, met zes pooten, en ter grootte bijna als een graankorrel. Bijna overal op Eijerland is de grond zandig en ligt, zelfs in de beste gedeelten, waar men, ter diepte van ½ el, eene bruinachtige, door dierlijke gelei eenigzins vette, bovenkorst vindt, zooals tusschen den Ruigendijk en de Hoogezands-kil. Voor het overige bestaat de grond grootendeels uit zand, doorgroeid en gemengd met eenig humus of teelaarde, plantenvezelen en eene geringe hoeveelheid klei; zoodat het niet anders kan, of zelfs de beste gronden van denEijerlandschen polder, zullen al spoedig met eene vette bemesting ondersteund moeten worden.—Uitgenomen deze voor bebouwing vatbare streken, welke echter slechts ⅕ van Eijerland beslaan, is het overige te zandig en te dunbodemig om de kosten der bebouwing goed te kunnen maken, al vergadert men de mest ook op Eijerland zelf, en al vermeerdert men die door stalvoedering en graanbemesting; althans zal dit nog eene reeks van jaren het geval moeten zijn.

Op sommige plaatsen van den Eijerlandschen polder, treft men een grof en geelachtig zand aan, met eenen broek- of moerachtigen bovengrond, welks bovenste gedeelte of bovenvilt, eene donker bruine kleur heeft, en uit welken taaijen aardlaag een water van dezelfde kleur sijpelt. Deze gronden, welke, aangezien zij ongeschikt voor schapenweiden zijn, tot [105]hooilanden worden gebezigd, liggen bij Eijerlandshuis, in den duinkom bij Moesbergen; bij de Kleine of Oosterduinen, langs den Zanddijk, en vooral ook bij Maikeduin. Vroeger staken de toenmalige bewoners van Eijerland uit deze aardsoort eene soort van turf, tot eigen gebruik. Het gemis aan behoorlijke waterloozing uit deze gronden, deed voorheen, een voor de schapen, zeer nadeelig grasgewas ontstaan, waardoor deze dieren ongans werden; eene andere schapenziekte,6 wordt aan het drinken van het poelwater geweten.

Eene groote oorzaak, voor de schraal- en dorheid van den Eijerlandschen polder, meent men te moeten toeschrijven aan zijne ligging in de nabijheid der zee, door het zeewater, om verder afgelegene kweldergronden eene vettere en meer vruchtbare slib en klei aanvoert, omdat deze langer daarin hangen blijft dan de zooveel zwaardere zanddeelen.

De hoogere zandbollen, welke mede dor en zeer onvruchtbaar zijn, vindt men veelvuldig tusschen de Hoogezandskil en de Roggesloot.

Beter dan de landbouw aanvankelijk op Eijerland mogt slagen, ging het met de schapenteelt, welke tak van nijverheid, op Texel in het algemeen, schijnt te huis te behooren. De Societeit van Eigendom van Eijerland had reeds in 1836, 2454 vliezen wol afgeleverd, welke, na op de schapen te zijn gewasschen, (waardoor de wol p. m. 30 % in gewigt verliest,) een netto gewigt van 6794 kilo opleverden, welke hoeveelheid eene som van ƒ 11379.95 opbragt, zijnde het kilo verkocht ad ƒ 1,675.

Daarbij viel ook de hooibouw zeer ten genoege der Societeit uit, naardien er omtrent het midden van October, reeds [106]780 voeren hooi, te zamen wegende 546,000 kilo, benevens meer dan 200 voeren ruigte en biezen, gereden waren.

Zes jaren later heeft men bij Maikeduin eene eendenkooi aangelegd.

Eindelijk ging in 1841 de Societeit van eigendom van Eijerland uit elkander, waarna Eijerland, door verdeeling en door verkoop bij percelen, thans den eigendom van onderscheidene particulieren is geworden. De landbouw wordt in Eijerland, door afwisselende bebouwing der gronden, steeds geregeld voortgezet, en levert op de beste gedeelten voortdurend goede resultaten.