1856 – Het Eiland Texel en Zijne Bewoners, Francis Allan

In verband met het Corona virus adviseren wij u het laatste reisadvies van het Ministerie te lezen op Reisadvies Nederland Wereldwijd

Het geheel ondiep worden van het daar langs strekkende vaarwater, heeft nogthans het gewigt dezer positie doen ophouden. Tegenwoordig is er dan ook nog slechts eene kleine barak, welke door een’ oppasser bewaakt wordt.

Tien minuten gaans ten noorden van het Oude Schild, 1000 el regts van het Schilpad, dat den wandelaar naar den Burg leidt, vindt men de zoogenaamde Weezenwaterputten, bestaande uit eene wel, welke aan den voet van eenen uitgestrekten heuvel ligt, en altoos milden voorraad geeft van zeer helder en zoet drinkwater. Sedert 1600 voorzagen zich al onze oorlog- en koopvaardijschepen, voor de uitreize, van dit water, waardoor het Algemeen Weeshuis van Texel, als eigenaar, een ruim inkomen genoot. Sedert de verlegging van de scheepvaart naar het Nieuwe Diep, heeft deze water-proviandering grootendeels opgehouden, [67]en het is te voorzien, dat zulks eerlang geheel zal ophouden.

Links van deze putten, ligt de buitenplaats Brakenstein met een fraai uitzigt. De heerenhuizing is tegenwoordig onbewoond. De hofstede wordt door eenen landman bewoond. Voor eenige jaren stond aan de andere zijde van het Schildpad, het buitengoed Rozenhout, dat in 1740 door den Heer Roozenboom werd aangelegd. Het is thans geamoveerd en vervangen door de hofstede de Weezenplaats, welke tot de bezittingen van het Weeshuis op Texel behoort.

Op nagenoeg ¼ uur ten westen van de voornoemde putten; en aan den tegenoverliggenden voet van denzelfden heuvel, is eene kolk van zoet water, reeds door zekeren Dirk Burger van Schoorl, in deChronijk van Medemblik vermeld. Het is opmerkelijk, dat deze kolk, zelfs bij de langdurigste droogte, niet vermindert, noch bij de aanhoudendste regen vermeerdert.

De Hooge berg of heuvel, welke men tusschen Het Oude Schild en den Burg vindt, had voor 1481 eene aanzienlijker hoogte. In gemeld jaar werd hij meer gelijk gemaakt en tot een kerkhof aangelegd, waarop, volgens sommigen, eene kapel werd gebouwd, welke den 1sten November des jaars 1482 aan St. Catharina werd toegewijd. Sedert twee en een halve eeuw is die kapel niet meer in wezen.—In het laatste gedeelte der voorgaande eeuw, zijn daar ter plaatse twee koperen kerkkandelaars gevonden, welke in een daarliggend dijkje verscholen waren.—Van den top dezer hoogte, heeft men het fraaiste gezigt over het geheele eiland. Vroeger lagen er op deze hoogte een paar boerengehuchten, waarvan thans echter niet meer dan een paar woningen overig zijn. Ter plaatse waar men inHet Oude Schild, het binnenpad (het Schildpad) inslaat, dat naar den Burg strekt, ligt eene kleine buurt, de Jeneverbuurt geheeten; van waar deze naam zijnen oorsprong ontleent, heb ik niet kunnen gewaar worden. Welligt dat hier eenige herbergen hebben [68]gestaan, waarin de manschappen, welke hier voor de schepen water kwamen halen, zich van verversching hebben voorzien.—