1856 – Het Eiland Texel en Zijne Bewoners, Francis Allan

In verband met het Corona virus adviseren wij u het laatste reisadvies van het Ministerie te lezen op Reisadvies Nederland Wereldwijd

Ook is het zeer waarschijnlijk, dat de Romeinen zich op Texel van levensmiddelen en verdere noodwendigheden voorzien zullen hebben; alzoo het onbetwistbaar schijnt te zijn, dat Texel voormaals veel grooter is geweest. Immers moeten de 40 geduchte watervloeden tusschen 860 en 1170, waarvan de schrijver van het oude Bataviesche Zeestrand, gewag maakt, en die van de jaren 1395, 1400, enz. veel lands aan het eiland ontroofd hebben, terwijl er betrekkelijk het bosch of woud, dat aan de Noord zijde van Texel gestaan heeft, nog valt aan te merken, „dat omtrent veertig jaren vóór datJunius zijne Batavia schreef, Pieter van Santen, schout van Texel, op het Raadhuis had doen aanteekenen, het getuigenis van eenen Texelaar, die toen honderd en twintig jaren oud was, maar noch wèl te pas en gaauw was, en die heilig, en in alle opregtheid verklaart hadt, dat aldaar in zijnen tijd noch een bosch had gestaan, waarvan, volgens het getuigenis van Junius, noch veele stronken omtrent den jaare 1550, onbeweegelijk in den grond van de zee zaten; waarom de schippers dien hoek vermijdeden; vermits zij, hunne ankers aldaar werpende, dezelve zoo vast in die stronken raakten, dat zij ze onmogelijk konden opwinden, en dus genoodzaakt waren, hunne kabels te kappen6.

Ook verhaalt men nog, dat er voor ruim derde halve eeuw, op de hoogte van het dorp de Koog, zoo veel voorland en uiterwaard lag, dat een boer niet meer dan drie vrachten daags met zijn hooiwagen kon halen.—

Van tijd tot tijd is Texel’s oppervlakte echter zeer uitgebreid. [43]De onderscheidene bedijkingen, sedert 1488 tot op dezen tijd, hebben haar zelfs meer dan verdubbeld, zoodat dit eiland, behalve de reeds hierboven bedoelde 28 polderlanden, nog de volgende polders bevat; t. w. Waal-en-Burg, het Grie, Burger-Nieuwland, de Kuil, het Hoornder-Nieuwland, het Weezenspijk, het Eijerland, de Eendragt en de Prins-Hendrik-Polder, terwijl men er vroeger nog den, in 1792 ingevloeiden polder Hoorn-en-Burg had.—

In de bovengemelde lijst van goederen behoorende aan de St. Maartenskerk te Utrecht, blijkt, dat een derde gedeelte van Texel (of zoo als het daar heet, Texle) of, ten minste een derde gedeelte, van hetgeen in Texel tot de kerkelijke schatkist of inkomsten behoorde, der Utrechtsche kerke toekwam, welke in dien tijd door zeker priester Sijbrand, die twee broeders had, Lintraven enOstraven, uit naam van Utrechts 12n Bisschop, Otbalt of Odibald, bestuurd werd.

In het laatste gedeelte der 10e eeuw, en bepaaldelijk in het jaar 985, werd Dirk III, graaf van Holland, door keizer Otto III, met den erfelijken eigendom van het landschap of graafschap van Texelbegiftigd, hetwelk deze graaf reeds vroeger in leen bezeten had; en nu hadden de Texelaren hunne lotgevallen met de Kennemerlanders gemeen.7

Meermalen deelde Texel in de droevige gevolgen van oorlogen en verdeeldheden, en was het ook getuige van krijgstooneelen. Zoo bedwong Graaf Floris in 1182 of 1183, de Friezen op Texel, en ook op Wieringen, hen noodzakende, om hem, bij wijze van brandschatting, 4000 markzilvers, op [44]te brengen. Ofschoon de waarde dezer som thans moeijelijk te bepalen is, is het echter zeker, dat zij, voor dien tijd, zeer aanzienlijk was.—Ten jare 1204, werd Gravin Ada, door Graaf Willem I, in eenen kelder(?) aan den Burg op Texel in verzekerde bewaring gesteld; waarop wij later, bij de plaatsbeschrijving van den Burg zullen terugkomen. In 1288, hadden de bewoners van Texel zich, in verbinding met de Drechter Friezen, tegen de ondernemingen van Graaf Floris Vtegen de West-Friezen, verzet, welke aankanting tot in 1289 duurde, toen zij zich aan Floris onderwierpen.

Uit eene oude aanteekening, blijkt, dat Texel als een grafelijk leen in bezit is geweest bij Jan van Henegouwen, Heer van Beaumont, die den bewoners, bij handvest van 1317, alle regten toestond, welke door zijnen broeder, Grave Willem III, bijgenaamd de Goede, aan die van Drechterland en Hoogwouder-Ambacht, vergund waren.8 Naderhand hebben zijne opvolgers uit den huize vanChatillon, Graven van Blois, mede verscheidene voorregten aan de bewoners van Texel gegeven.

In 1383 werd Texel eene vrije jaarmarkt toegestaan, welke gehouden moest worden 3 dagen vóór, en 3 dagen na St. Jan. De plaats van deze markt of kermis, begon aan de Nieuwe Brug en strekte zich van daar uit tot aan Jan Schoemakers Huis.

Ook werd toen bepaald dat, indien iemand zich vergrepen had aan een beest of vogel, niet meer waardig zijnde dan 42 schellingen, de boete ook niet boven die som mogt gaan.

Men mogt toen op Texel vrij visschen en vogelen.

Een getrouwd man kon maar de helft van zijn goed verbeuren.—

Na den dood van Guij van Blois, verviel dit leen aan [45]Hertog Albrecht van Beijeren, omstreeks 1398, in welk jaar den Ouden Hoorn, op Texel, door de Friezen verbrand werd.—In een zeer oud handschrift, vind ik, dat op dit eiland, de volgende ordonnantie, werd bepaald: „De Baljuw, Schout noch Regter mogen tappen; noch aan eenig ingezetene drank verkoopen; geen wijn, van uitheemschen gekocht, binnen Texel te tappen, geen heuschbeden of geld meer te betalen aan nieuwe Ambtslieden; provisoren niemand verder te dragen dan tot hunne Zeenten.—Koorn mag vrij van Texelvervoerd worden.

Hertog Albrecht, schijnt het leen Texel aan zijne tweede gemalin, Margaretha van Cleve, geschonken te hebben, aangezien men een handvest van haar vindt, van den 9 Junij 1401, dat door meergemelden Albrecht, in datzelfde jaar bekrachtigd werd. Ook bezat zij het na Albrecht’s dood, blijkens een brief, gegeven in Texel, den 1sten September 1405.—Hertog Willem VI, Graaf van Holland, vaardigde den 26sten Maart 1414, naar stijl van den Hove (alzoo in 1415) een besluit uit, waarbij de Texelaars, het poortregt en gelijke vrijdommen als die van Alkmaar bezaten, in welke regten zij dan ook door Schout, Schepenen en Raden der stede Alkmaar, in het jaar 1434 zijn erkend.—Onder anderen, werd bij die verordening bepaald, dat er, „binnen de stede van Texel 13 Schepenen zouden zijn, als: in de Kerszoekingen Den Westen 3 Schepenen; Burgt 4, Waal 3, en Oostereind 3, door den Schout te kiezen Ter Burgt, in de kerke up ten Goeden Vrijdag: goedstijds, voormiddags, bij zijnen eede, van de rijkste, vroedste en redelijkste knapen.”—Voorts dagteekent het bepaald bezit der Mielanden benevens de Wind-Koorn– en Lammertienden, op Texel, mede van 1415, welke regten die van Texel eertijds, onder een erfpacht van 50 nobelen ’s jaars, bezeten hadden.[46]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *