Veere

Plaatsen > Veere

Veere (c) 2017 Martin Lamboo

Veere

Gemeente Veere
Veere is een gemeente in de provincie Zeeland. De gemeente Veere bestaat uit de volgende woonkernen: Aagtekerke, Biggekerke, Domburg, Gapinge, Grijpskerke, Koudekerke, Meliskerke, Oostkapelle, Serooskerke, Veere, Vrouwenpolder, Westkapelle, Zoutelande. Het gemeentehuis ligt in Domburg.

Stad Veere
Veere, vroeger ter Veere of Campveere, ontstond in de 12de of 13de eeuw als nederzetting bij het veer op Kampen (thans deel van Noord-Beveland). Ter Vere was vroeger een eenvoudig vissersdorp en veerplaatsje. In de 14e eeuw vertrok er het veer naar ‘t in de golven verdwenen Campen op Noord-Beveland. En nog steeds brengt het veer je in de zomermaanden naar de overkant, nu naar Kamperland. Ter Veere kreeg eind 13de eeuw stadsrechten, werd in 1358 omwald en was in de 15de en 16de eeuw een bloeiende handelsstad. Haar rijkdom heeft Veere voornamelijk te danken aan het huwelijk in 1444 van Wolfert van Borssele, een van de Heren van Veere, met de Schotse prinses Mary Stuart. Veere kreeg het stapelrecht van Schotse wol, een monopoliepositie in Nederland. Eind 15e eeuw deden alle zeevarende naties Veere aan. De fraaie 16e eeuwse ‘Schotse Huizen’ aan de Kaai waren de opslagplaatsen en kantoren van de wolhandelaren. Sinds 1487 zetelden te Veere de admiraal-generaal van de Bourgondische Nederlanden en diens Raad, het ‘admiraliteitscollege’; tot midden 16de eeuw was Veere de voornaamste vlootbasis van de Nederlanden.

Aan deze Schotse relatie dankte Veere de vestiging van de Schotse wolstapel (1541) en van een naar eigen wetten en eigen rechtspraak levende Schotse kolonie, die formeel voortbestond tot eind 18de eeuw. In 1555 verenigde Karel V Veere met Vlissingen tot een markizaat, dat later aan de prinsen van Oranje kwam; in 1732 verklaarden de Staten van Zeeland het voor opgeheven. In de loop van de 16de eeuw trad stagnatie in Veeres bloei in. Leicester verplaatste in 1587 het admiraliteitscollege naar Middelburg, sinds begin 15de eeuw Veeres gevaarlijkste concurrent. Herhaalde overstromingen en de geleidelijke verzanding van het Veerse Gat deden afbreuk aan Veeres positie. Midden 18de eeuw was Veere nog welvarend, maar in de 19de eeuw werd het een dode stad.

Korenmolen ‘De Koe’
Korenmolen ‘De Koe’ staat te pronken op het bolwerk. Vanaf het bolwerk heb je een goed overzicht van de vestingwerken: 5 bastions, wallen en een vestingbeer. Door de vestingbeer loopt een donkere ‘onderaardse’ gang met schietgaten. Spannend voor de kinderen.
Veere is slenteren over oude keitjes, door verstilde straatjes en langs mooie geveltjes. Gluren in fraaie tuinen en over typische bakstenen muurtjes. Flaneren over de Kaai langs kleurrijke bootjes in de pittoreske stadshaven en uitkijken over het Veerse Meer, een visje eten op een bankje of een sfeervol terrasje pakken.
Natuurliefhebbers halen hun hart op in het stille krekengebied even buiten het dorp, restant van de inundatie.

Campveerse Toren
Rondom het stadje Veere bestaan nog belangrijke resten van de vestingwerken, met aan de haveningang de laat-middeleeuwse, sinds 1466 of eerder als herberg fungerende Campveerse Toren (gerest. 1950–1980) en haaks daarop de sterk gerestaureerde Zuidhavenpoort met 16de-eeuwse gevel aan de havenkant. De Campveerse Toren is een restant van de oude vestingwerken. Het is de oudste stadsherberg van Nederland. Prins Willem van Oranje vierde er op 1 september 1583 zijn huwelijk met Louise de Coligny!

O.-L.-Vrouwekerk
De Grote of O.-L.-Vrouwekerk is een laatgotische kruisbasiliek; de bouw ervan kwam in 1479 onder leiding van Antoon I Keldermans te staan en in 1512 onder Rombout II Keldermans; van de toren is alleen de massale onderbouw klaargekomen. De kerk, zwaar gehavend door o.a. een bombardement (1809) en een verbouwing tot hospitaal (1811–1813), is ten dele hersteld en wordt thans gebruikt voor tentoonstellingen en manifestaties. Het meubilair is overwegend 17de-eeuws.
Wie van uitdagingen houdt, moet zeker z’n toren beklimmen. Boven heb je een onvergetelijk mooi uitzicht!

Bij de kerk bevindt zich een overdekte waterput uit 1551, gebouwd op last van Maximiliaan van Bourgondië, met tudorbogen en straalgewelf. De waterput leverde de wolhandelaren zoet drinkwater en spoelwater voor hun wol. Via het dak van de kerk liep het regenwater door ondergrondse loden pijpen naar de cisterne, die nog tot 1947 in gebruik bleef!

Stadhuis
Het sierlijke stadhuis, gebouwd vanaf 1474, heeft uitgekraagde torentjes aan de voorzijde en een fraaie toren uit 1594–1599 met aan de achterzijde een belangrijk carillon (Pieter van den Gheyn; 48 klokken; 1735). Het interieur dateert uit ca. 1699, toen de Vierschaar werd vergroot (thans oudheidkamer, met o.a. de in 1551 door Maximiliaan van Bourgondië aan de stad geschonken verguld zilveren bokaal).  In de zaal waar vroeger vier edele vaderen recht spraken, de Vierschaar, bevindt zich een waar topstuk. Namelijk de beroemde zilveren beker van Maximiliaan van Bourgondië, uit de 16e eeuw. Een waar pronkstuk, al zijn de heren en vrouwen van Veere kopieën (de originelen staan in het museum).

Schotse huizen
Van de vele opmerkelijke gevels, verspreid door het stadje, zijn vooral te noemen die van de beide laat-gotische zgn. Schotse huizen uit 1561 aan de kade: Het Lammeken en De Struys, beide Rijkseigendom en dienstdoend als museum (in De Struys o.a. de oorspronkelijke beelden van het stadhuis, de Heren en Vrouwen van Veere voorstellend, in 1517 door Michael Yssewyn uit Mechelen vervaardigd).

Wandelen langs het Kiekendiefpad.
In 2006 is het eerst wandelnetwerk van Zeeland geopend; Het Kiekendiefpad. Ruim 75 kilometer aan wandelplezier, deels verhard en deels onverhard. U kunt zelf via de knooppunten de route bepalen en de veelzijdige omgeving van het Veerse meer ontdekken tot historisch Goes of van de krekengebieden de Ooster- en WesterSchenge tot Wilhelminadorp.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *