Menaldumadeel

Plaatsen > Menaldumadeel

Gemeente Menaldumadeel ligt in de provincie Friesland. Inwoneraantal: 13.967; Oppervlakte: 70,04 km²; Wateroppervlakte: 1,02 km².

De gemeente Menaldumadeel  omvat de volgende woonkernen:

  • Beetgum, 
  • Beetgumermolen, 
  • Berlikum, 
  • Blessum, 
  • Boksum, 
  • Deinum, 
  • Dronrijp
  • Engelum, 
  • Marssum, 
  • Menaldum,
  • Ritsumazijl, 
  • Schingen, 
  • Slappeterp, 
  • Wier

De westelijke helft van de provincie Friesland, eertijds Westrachia, later Westergo genaamd, telt een aantal plattelandsgemeenten, waaronder Menaldumadeel. De bewoning van dit gebied begint al in de derde eeuw voor Christus – lang voor de aanleg van de zeedijken – op de zelf opgemaakte hoogten, de terpen.

Van het oudste klooster in de gemeente is zeer weinig bekend, het lag op Franjum onder het dorp Marssum en werd bewoond door nonnen van de orde van Sint Benediktus. Omstreeks 1270 raakte het klooster in verval en vertrokken de zusters naar het vrouwenklooster in Baijum.
In 1256 werd door de pastor Wibrandus fan Aningum ten westen van Berlikum een klooster gesticht. De kloosterlingen maakten deel uit van de orde van Sint Augustinus. Bij de hervorming In begin 1580 neemt de overheid het klooster over. In hetzelfde jaar worden de gebouwen afgebroken.

Wanneer Menaldumadeel als afzonderlijk “deel” is ontstaan is niet exact bekend. Het zal echter in de tweede helft van de 14e eeuw zijn geweest. In 1401 wordt er voor het eerst in de archieven melding gemaakt van ‘Menaldumadelis’, terwijl er in 1354 nog sprake is van het district Fronekere (Franeker) waar het gebied van Menaldumadeel onder viel. Hieruit is op te maken dat Menaldumadeel als afzonderlijk “deel” tussen 1354 en 1401 is ontstaan.

Van oudsher stond een grietman aan het hoofd van een grietenij. De grietman -altijd afkomstig uit de adelstand- had grote macht. Hij was het hoogste bestuurlijk orgaan in de grietenij. Van 1729 tot 1858 was -met een tweetal onderbrekingen- het ambt van grietman in handen van diverse leden van de familie Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg. De familie Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg waren bewoners van de state Groot Terhorne te Beetgum. Deze state is in 1879 afgebroken, net zo als de vele andere states, die in voorgaande eeuwen in de gemeente stonden. Alleen Heringa State, ook wel genaamd het Poptaslot te Marssum is bewaard gebleven.

In 1795 – met de komst van de Fransen – werd de grietman afgezet. Het bestuur kwam in handen van een college van meerdere personen. Bij een bestuurlijke reorganisatie in 1802 werd Menaldumadeel onderdeel van het 11e drostambt van Friesland.

Nederland werd in 1811 onderdeel van het Franse keizerrijk. De oude grietenij Menaldumadeel verdween en het grondgebied werd opgesplitst in 4 afzonderlijke gebieden.
Per 1 januari 1812 kwamen er 4 zogenaamde mairieën; Berlikum, Dronrijp, Marssum en Menaldum. Met ingang van 1 oktober 1816 werd Menaldumadeel weer één grietenij, met als bestuur een grietman, twee assessoren en een grietenijraad. Met de inwerkingtreding van de Gemeentewet in 1851 werden de benamingen; grietman, assessoren en grietenij vervangen door; burgemeester, wethouders en gemeenteraad.

Het gemeentehuis waar tegenwoordig (alleen nog) de raadsvergaderingen worden gehouden is tussen 1841 en 1843 gebouwd door Romein. Het werd ook wel het Grietenijhuis genoemd. Bovenaan op het pand prijkt het wapen van Menaldumadeel in goud, grijs, geel en blauw.

Menaldumadeel telt dertien dorpen: Beetgum, Beetgumermolen, Blesssum, Berlikum, Boksum, Deinum, Dronrijp, Engelum, Marssum, Menaldum, Schingen, Slappeterp en Wier.

Het dorp Beetgumermolen is pas op 1 januari 1963 ontstaan, door een afsplitsing van het “moederdorp” Beetgum. Op dezelfde datum verloor het dorp Klooster Anjum haar dorpsstatus en werd het onderdeel van het dorp Berlikum.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *