Heerlen

Plaatsen > Heerlen

Heerlen is een stad en gemeente in de provincie Limburg. Heerlen ligt tren noord-oosten van de provinciehoofdstad Maastricht. De gemeente Heerlen omvat de woonkernen Heerlen en Hoensbroek.

Archeologen hebben in 1997 op de Schelsberg aan de Heerenweg een nederzetting uit de Michelsbergcultuur (4400-3500 v. Chr.) aangetroffen. Het unieke hiervan is dat het de eerste keer is dat in Nederland een nederzetting uit die tijd is gevonden die is omgeven door greppels en wallen, de zogenoemde aardwerken.

‘Coriovallum’ moet in de Romeinse tijd (van circa 5 voor tot 400 na Christus) een belangrijke civiele nederzetting zijn geweest bij het kruispunt van de Romeinse heirbanen Boulogne sur Mer-Köln en Xanten-Trier. Een granieten zuil op het Raadhuisplein in het huidige stadscentrum markeert de plaats van het kruispunt. In 1940 stootte een landbouwer bij het ploegen toevallig op een badgebouw, ‘Thermen’, uit de Romeinse tijd, waarvan de fundamenten in 1975-1977 zijn overbouwd en te zien in het huidige Thermenmuseum. De Thermen van Coriovallum zijn nagebouwd in het Archeon in Alphen aan den Rijn.

Het stratenplan van de binnenstad van Heerlen wijst op de vesting van het middeleeuwse ‘Herle’. Dit verdedigingswerk werd door de Brabanders in 1244 ge- of herbouwd. Moderne muren uit de jaren zestig van de 20e eeuw geven de omtrek aan. Bij de toren van de Pancratiuskerk, de Schelmentoren, en bij de pastorie zijn nog resten van het middeleeuwse ‘Landsfort Herle’.

De door Heerlen stromende Caumerbeek en Geleenbeek, die nu geen imposante indruk meer maken, zijn in het verleden belangrijke energiebronnen geweest. Ongeveer vanaf de 16e eeuw bleek dat deze beken gebruikt konden worden door en voor de bevolking. De stroming van de beken was namelijk sterk genoeg om schoepenraderen van watermolens aan te drijven, die op hun beurt gebruikt konden worden om onder andere geoogste gewassen en zaden te malen. Sinds de Middeleeuwen zijn in Limburg waterradmolens in gebruik geweest voor onder meer het malen van graan, mosterd en buskruit, voor het zagen van hout en het fabriceren van papier. Tijdens de Industriële Revolutie (tweede helft 19e eeuw) zijn de waterradmolens grotendeels vervangen door stoommachines. Er zijn er landelijk nog circa 85 over, waarvan maar liefst vijf in de gemeente Heerlen. Overigens zijn er twee typen waterradmolens. Men spreekt van een bovenslagmolen als het water van bovenaf op de schoepen valt, van een onderslagmolen als het water onderlangs stroomt. IN Heerlen vindt u de Caumermolen (Caumermolenweg); Eikendermolen (Eikendermolenweg). Dez emolen is gedeeltelijk in vakwerk gebouwd. De Schandelermolen (Schandelermolenstraat) en de Oliemolen (Oliemolenstraat 32) uit de 16e eeuw. Was vroeger inderdaad als oliemolen in gebruik, naderhand uitsluitend als graanmolen. Ten slotte de Weltermolen, gelegen aan de rand van de Weltervijver (Welterkerkstraat, Welten). Deze watermolen wordt al in 1443 genoemd en heeft toebehoord aan het huis Van Strijthagen. Te bezichtigen iedere derde zaterdag van de maand. Met name de onderslagmolens de Oliemolen en Weltermolen zijn, nadat zij volledig zijn gerestaureerd en zorgvuldig worden onderhouden, nog steeds herkenbaar als de watermolens zoals zij oorspronkelijk in functie zijn geweest.

Rond 1900 was Heerlen nog een dorp. Vanaf begin 20e eeuw  groeide Heerlen door de komst van de mijnen uit tot een moderne stad. Heerlen heeft zijn explosieve groei en ontwikkeling te danken aan de vestiging van de mijnindustrie in Zuid-Limburg. Tussen 1900 en 1975 was Heerlen het centrum ervan. Van de twaalf mijnen die Zuid-Limburg toen had, lagen er elf in en om Heerlen. De schachttoren van de voormalige Oranje Nassau I, de eerste kolenmijn in Heerlen (1899-1974), is bewaard gebleven als industrieel monument (gelegen achter het huidige CBS-gebouw). Het wegvallen van de vele arbeidsplaatsen heeft ook in de oostelijke mijnstreek voor veel problemen gezorgd: deze streek is na de randstad de dichtstbevolkte regio van het land. Met investeringsregelingen en vestigingspremies voor nieuwe grote en kleine bedrijven is de economie gestimuleerd. Ook zijn verschillende rijksdiensten naar dit gebied overgeheveld, zoals het ABP, het CBS en de OU (Open Universiteit).

Door de invloed van het mijnverleden bestaat Heerlen uit losse kernen die door groengebieden gescheiden zijn. Mijnterrein en steenkolenbergen veranderden door de operatie van zwart naar groen in moderne woonwijken, nieuwe bedrijventerreinen en groene recreatiegebieden. Het groen van Imstenraderbos, Aambos en Terworm omringen de stad. Wandelen en fietsen vanuit Heerlen is genieten van de natuur, kastelen, watermolens en boederijen. Aan de rand van de stad is de Brunsummerheide te vinden. Een gebied waar u urenlang kunt wandelen en fietsen.

Heerlen is een populaire winkelstad met een breed en gevarieerd winkelaanbod. Naast de gezellige winkelstraten zijn er diverse grotere winkelcentra, zoals bijvoorbeeld het Corio Center en Het Loon. Verder kunt u terecht op de uitgebreide woonboulevard, die jaarlijks miljoenen bezoekers van heinde en verre trekt. U kunt tevens een hapje eten, een filmpje pikken of genieten op een van de vele terrasjes die Heerlen rijk is.

Basiliek Verschijning van de Onbevlekte Maagd
In de Gerard Bruningstraat staat de Verschijning van de Onbevlekte Maagd. Dit is een kruisbasiliek, uitgevoerd als een late versie van de neoromaanse stijl in de vroege 20e eeuw. Zoals in het Rijnland veelvuldig voorkomt, is de apsis aan beide zijden geschraagd door een grote toren. Omdat aan de westzijde geen tegenwicht is ontworpen – een bouwdeel dat optisch ook aandacht vraagt – ligt het zwaartepunt aan de oostzijde. Het gebruikte materiaal is rode baksteen op een natuurstenen plint. Er zijn geen romaanse boogfriezen. De muurbekroning is uitgevoerd in gemetselde ornamenten van gele bakstenen. De kerk is er één uit een tijd waarin het speelse van het pure neoromaans af was en daarom nogal zoutloos uit het toen dus al geschreven ‘boekje’ kwam.

De Schelmen- of Gevangentoren
De Schelmen- of Gevangentoren aan het Kerkplein (in documenten uit 1494 Bickersteyntoren genoemd) is in de 12e eeuw opgetrokken uit breuksteen. Sinds 1244 maakte de toren deel uit van de stadsomwalling. De toren kreeg in de 19e eeuw twee neogotische zij-ingangen erbij. Het was oorspronkelijk een verdedigbare woontoren van de Heren van Aare. Het is de voormalige zetel van de hoofdschepenbank, met op de bovenste verdieping drie cachotten en een folterkamer uit de bokkenrijdersperiode. In de spil van de houten spiltrap vinden we de inscriptie ‘1766 Geerechts van Heerle’. Thans heeft de toren geen bestemming meer.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *