Haarlem

Plaatsen > Haarlem

De gemeente Haarlem ligt in de provincie Noord-Holland. Inwoneraantal: 147.153; Oppervlakte: 32,11 km²; Wateroppervlakte: 2,55 km².

De gemeente Haarlem bestaat uit de woonkernen:

Haarlem is één van de mooiste, oude steden van Nederland met een prachtig stadssilhouet dat al uit de verte uitnodigt om haar beter te leren kennen. Het is een prettige, veilige stad die ligt aan de rivier ‘het Spaarne’. Haarlem heeft een aantrekkelijke, monumentale binnenstad met veel bezienswaardigheden, musea en een gezellig centrum met een grote verscheidenheid aan winkels, cafés en restaurants.

Geschiedenis
De naam Haarlem (Haarlo-heim of hooggelegen dorp) komt voor het eerst voor op een lijstje van eigendommen van de Utrechtse St-Maartenskerk in de jaren 918 tot 938. Al in de 11de eeuw was Haarlem zetel van de graaf van Holland. Hij had eerst een burcht aan het Spaarne bij de  Gravestenenbrug. Schippers betaalden er tol. De burcht stond aan de Grote Markt. Haarlem was de marktplaats voor Kennemerland

In 1245 kreeg Haarlem als tweede stad in Holland stadsrechten. In 1429 volgde het tolrecht. De strategische ligging aan de samenkomst van het Spaarne (binnenscheepvaart van Amsterdam naar het zuiden) en de oude landweg door Holland bracht de stad aanzienlijke economische welvaart. Er kwamen vele scheepswerven, bierbrouwerijen, weverijen en blekerijen en er werd op grote schaal gebouwd. 

In de 15de eeuw echter kwam een einde aan deze welvaart, onder meer door de Hoekse en Kabeljauwse Twisten en de Opstand van het Kaas- en Broodvolk. De Tachtigjarige Oorlog en het beleg van Haarlem, 1572-1573 betekenden de definitieve nekslag. De stad werd na zeven maanden de Spaanse troepen te hebben weerstaan in 1573 door Don Frederik van Toledo en tot Spaanse enclave gemaakt. In 1577 verklaarde het stadsbestuur zich akkoord met de gelijkheid van de twee confessies (het Akkoord van Veere), waarna de Spaanse troepen de stad verlieten en de wederopbouw begon. 

Een jaar later luidde een door hervormden aangevoerde oproer het einde in van het in 1559 gestichte bisdom. In de hierop volgende tijd wordt de stad, mede dankzij Vlaamse en Franse immigranten een centrum van linnenweverij. Het aantal inwoners verdubbelde zich binnen vijftig jaar, maar al halverwege de 17de eeuw verloor de stad haar macht opnieuw ten gevolge van politieke twisten en onlusten. Sinds 1853 is Haarlem weer bisschopszetel. In 1927 annexeerde de gemeente de destijds opgeheven gemeenten Schoten en Spaarndam en gedeelten van de gemeenten Heemstede, Bloemendaal, Haarlemmerliede en Spaarnwoude

Hoeken en Kabeljauwen 
Twee in samenstelling vaak wisselende groepen van edelen en steden in Holland en Zeeland tussen circa 1350 en het einde van de 15de eeuw vormen de Hoeken en Kabeljauwen. De naam stamt vermoedelijk uit de successiestrijd die na de dood van graaf Willem IV (1345) uitbrak tussen diens zuster Margaretha en haar zoon Willem V, maar de naam duikt pas op in 1390. De verklaring van de naam is er niet. De oorsprong van de tegenstellingen tussen groepen van edelen en hun onderlinge twisten moet worden gezocht in veten tussen adellijke geslachten, waarin ook de steden, die door onderlinge vijandschappen verdeeld waren, parij kozen. 

De inzet was oorspronkelijk het verkrijgen en behouden van invloed op het bestuur en van winstgevende functies in de regering en aan het hof van de graaf. Het overlijden van Willem VI in 1417 veranderde de partijstrijd in een strijd om de rechten van Jacoba van Beieren op de opvolging. Daarna ging het meer over de vraag of men voor Bourgondië (Kabeljauws) of tegen Bourgondië (Hoeks) was. De partijkeuze hing vaak van lokale kwesties of. 

Tegenstellingen in de regerende geslachten in de steden verbonden zich met adellijke veten en gingen in de Hoekse en Kabeljauwse twisten op. De Bourgondiërs hebben niet alleen een einde aan de twisten gemaakt – de Jonker-Fransenoorlog was een laatste wanhopige poging van de Hoeken het getij te keren -, maar ook de maatschappelijke structuur zo veranderd dat partijschap in deze vormen geen enkele zin meer had. 

Kaas-en Broodvolk 
Naam voor de opstandige boeren en stedelingen in Noord-Holland in 1491 en 1492. De door structurele veranderingen (schaarste aan levensmiddelen, prijsstijging, verzwaring van de fiscale druk en de monetaire politiek van de centrale regering) in economische moeilijkheden gekomen boerenbevolking kwam in opstand tegen de inning van het ruitergeld. Stadhouder Jan van Egmont voelde zich niet sterk genoeg om er met geweld tegen op te treden en deed vage beloften die niets uithaalden. 

De opstandelingen kregen in 1492 steun van de steden, waardoor de beweging van karakter veranderde. Men trok Alkmaar binnen en vervolgens Haarlem, waar onder meer Claes van Ruyven, een gehate rentmeester, werd doodgeslagen en de documenten uit de archieven werden vernietigd, hetgeen wellicht wijst op het feit dat werd gereageerd tegen het grootgrondbezit in handen van rijke burgers en stedelijke instellingen. Tenslotte deed men een vergeefse aanval op Leiden. Jan van Egmonts opvolger Albrecht van Saksen sloeg de opstand daarna vrij gemakkelijk neer: zware boetes werden opgelegd, Alkmaar werd ontmanteld. Haarlem en Hoorn kregen vervolgens elk een garnizoen. 

Bezienswaardigheden
Hofjesstad
Vroeger waren het er meer. Maar er bleven er toch nog negentien over, zodat je Haarlem zonder enige overdrijving een hofjesstad’ kunt noemen. De hofjes werden gesticht door de gegoede burgerij ten gerieve van behoeftige ouderen en bejaarde vrouwen. Veel hofjes zijn inmiddels verdwenen, maar een enkel poortje markeert soms nog de plaats waar ooit een prachtig hofje was. Gesloten op zon- en feestdagen.

Museum De Hoofdwacht
De Hoofdwacht is één van de oudste monumenten van Haarlem. Allerlei gegevens en bouwsporen duiden erop dat dit pand in de 13e eeuw gebouwd is en het oudste stadhuis van Haarlem is. Vanaf 1350 is de Hoofdwacht onderdak geweest voor verschillende belangrijke Haarlemse families, drukkerijen, winkels en bierkelders. In 1755 koopt de gemeente “het oude raadhuis” als wachtgebouw voor de schutterij en de naam is geboren. Mede ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van Haarlem als stad, werd het gebouw in 1994/1995 gerestaureerd en als museum ingericht. De Hoofdwacht is gevestigd op Grote Markt 17 te Haarlem en geopend tot en met het laatste weekend van september op zaterdag en zondag van 13.00 – 17.00 uur. 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *