|
|
Recepten > Algemene informatie nederlandse streekgerechten
We kunnen ons nauwelijks meer voorstellen hoe het eraan toe ging in de keuken van onze grootouders. Het aanbod van ingredienten was minder gevarieerd en het waren vooral de seizoenen die bepaalden wat de pot schafte.
Hoe klein Nederland ook is, iedere provincie had zo zijn eigen gewoontes, tradities en daarbij behorende gerechten en lekkernijen. Helaas zijn deze vaak in de vergetelheid geraakt. Toch zijn ze nog wel te vinden in bijna versleten kookboeken en oude handgeschreven receptenschriften van plattelandsvrouwen en keukenmeiden.
Hier volgen een aantal seizoensgebonden streekgerechten die zeker het proberen waard zijn:
Winter
Op nieuwjaarsdag werden in Drenthe Spekkendikken gegeten. Deze met spek gebakken
wafels moesten geluk brengen aan degenen die ze aten. In sommige wafels zat een
stukje schoenzool of katoen meegebakken in plaats van spek. Wie hierin beet was
voor het lapje gehouden.
In het winterseizoen was men vooral aangewezen op lang houdbare producten zoals
peulvruchten, aardappelen, koolsoorten, spek en worst. Een typisch Drents
gerecht is Bonenbrij. Dit zijn bruine bonen, gebonden met karnemelkspap en
geserveerd met rookspek, plakjes boerenmetworst en stroop.
Voorjaar
In Limburg werden op vastenavond Nonnenvotten (of Poefelen) gegeten: een
carnavalsgebak gemaakt van gefrituurd deeg en bestrooid met suiker. De
vastenavondzotten liepen door de straten met een touw met Nonnenvotten waarvan
de kinderen mochten eten.
In Overijssel was Kruudmoes een echt voorjaarsgerecht. In de tijd dat de kruiden
weer uitlopen werd van gort, rookspek, verse worst, karnemelk, rozijnen en vele
verse kruiden (kruizemunt, kervel, bieslook, selderij, brandnetel, zuring etc)
een moes gekookt. De boeren op het land aten het warm of koud met suiker en
stroop.
Zomer
In de Gelderse moestuin liet men de witte bonen (Dikke Jennen) uit snijbonen wat
langer doorgroeien dan gebruikelijk. Samen met prei, rijst, soepvlees en
rookworst kookte men hiervan een stevige Dikke-Jennen-soep. Deze soep werd
geserveerd met volkorenbrood.
Eiers en Beiers is en typisch Zeeuws nagerecht voor de zomer. Beiers is het
Zeeuwse woord voor kruisbessen. Deze worden onrijp gekookt, gepureerd en
vervolgens samen met wat frambozensap gemengd met opgeklopte eieren. Het gerecht
wordt op smaak gebracht met suiker en kaneel en ijskoud geserveerd.
Herfst
Om het einde van het aardappelrooien te vieren werden in Gelderland Knorhanen
gegeten: de kleine aardappeltjes die niet de moeite van het bewaren waard waren.
Ze worden ongeschild in zout water geweekt en vervolgens schoongemaakt en
gedroogd. Daarna worden ze gesmoord en afgebakken in een pan met olie en
geserveerd met wat zout.
In verschillende provincies was Balkenbrij een populair gerecht. Dit oeroude
product werd gemaakt na het slachten van het varken. Het vlees van de varkenskop
werd samen met lever en spek gekookt en gemalen. Vervolgens werd dit mengsel met
bouillon en boekweitmeel gekookt tot een brij en op smaak gebracht met augurken,
rozijnen en verschillende kruiden en specerijen. De afgekoelde brij werd in
dikke plakken gesneden, door de bloem gehaald en daarna aan beide kanten bruin
gebakken in de reuzel.
We hopen op deze pagina's van Vakantieland Nederland een aantal van deze ouderwetse recepten te kunnen verzamelen. Verzameld u met ons mee?
U bent bezoeker:
|